Rook’n, drink’n en feest’n

Ach ja, die omgekeerde vlaggen….. De stukken kinderkleding aan de lichtmasten in Hardenberg zijn dinsdag door de gemeente verwijderd, maar de vlaggen hebben ze laten hangen. Voorlopig. Ook tijdens de herdenking op 15 augustus hangen ze er nog, want wie interesseert het nou dat op die datum in 1945 officieel een einde kwam aan WO2? Niemand, behalve de 103.850 Nederlandse oorlogsveteranen, ongeveer 2x zoveel als ons land boeren telt.

Wat mij betreft laten ze die vlaggen eeuwig hangen. Ik zie ze toch niet meer en hun symbolische waarde zijn ze allang kwijt. Het is net als met wonen bij het spoor, heb ik deze week weer eens gemerkt. Wij zaten een paar dagen op een plek waar tien keer per uur een trein langskwam, maar onze gastheer hoorde ze niet eens meer.

Die plek hebben we bereikt door via Overijssel en de Flevopolder naar Noord-Holland te rijden. In de polder bijna geen enkele vlag. Daar wonen de akkerbouwers, die met dat hele stikstofgedoe vrijwel niks te maken hebben. Dat laat zien dat ‘de boeren’ niet bestaan en er slechts een minderheid onrust veroorzaakt. Zoals die voorman van de Boeren Verdedigingsmacht. Hij ramt de boel voorlopig niet in elkaar, zegt hij. En dat moet je dan zien als een daad van goede wil. Of die veeboer van Agractie, die zo aardig is om de Vuelta, de Ronde van Spanje, door te laten gaan. In principe, want als de boeren niet mogen doen wat ze willen kan er wel eens gedonder komen.

Maar ondanks de verbleekte attentiewaarde van vlaggen, spandoeken en rode zakdoeken blijven de boeren het nieuws domineren. Nou ja, een boerenzoontje van 15 die 12 lijkt. Tijdens het Bouwvakfeest in Lutten vroeg een RTV Oost-verslaggeefster aan de jonge feestvierder wat zo mooi was aan het feest: “Rook’n, drink’n, feest’n, tot laat”, was zijn reactie. En die uitspraak was heel Nederland doorgegaan. Prompt kwam iemand van de regionale zender weer bij hem terug om te vragen wat hij ervan vond dat hij viral was gegaan. Lachen om een jochie dat niet mag roken, geen alcohol mag drinken en amper Nederlands kan spreken. En de ouders stonden erbij en keken ernaar. Beetje lacherig, beetje stoer.
Trots op de boeren, of niet dan!